A. STATUUT VAN DE CODE
Artikel 61.-
De deontologische code van de Maaseikse gemeenteraadsleden inzake dienstverlening aan de bevolking, hierna de deontologische code te noemen, is het geheel van beginselen, gedragsregels en gebruiken die de Maaseikse raadsleden, hierna kortweg raadsleden genoemd, als leidraad nemen bij hun dienstverlening aan de bevolking.
Artikel 62.-
De raadsleden moeten ervoor waken dat zij, ook buiten hun politieke activiteiten, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die de eer of waardigheid van het mandaat kunnen schaden.
B. ALGEMENE PLICHTEN, DOELSTELLINGEN EN UITGANGSPUNTEN
Artikel 63.-
De raadsleden gebruiken voor hun eigen dienstverleningsactiviteiten niet de termen "ombudsman", "ombudsvrouw", "ombudsdienst", "klachtendienst", "klachtenmanagement" of andere vergelijkbare samenstellingen met "ombud" en "klacht", om geen verwarring te creëren met ingestelde, ombuds- of klachtendiensten.
Artikel 64.-
Bij hun optreden in en buiten het gemeentebestuur en in hun contacten met individuen, groepen en instellingen geven de raadsleden voorrang aan het algemeen belang boven particularistische belangen en zij vermijden elke code er kan toe bijdragen dat ook de deontologie bij de bevolking wordt versterkt en vragen naar onoorbare tussenkomsten niet langer worden gesteld ;
Artikel 65.-
Elke vorm van rechtstreekse dienstverlening, informatiebemiddeling of doorverwijzing gebeurt zonder enige materiële of geldelijke tegenprestatie van welke aard ook en mag geen vorm van cliëntenverwerving inhouden.
Artikel 66.-
De raadsleden moeten op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste staan van alle burgers die op hun dienstverlening een beroep doen, zonder onderscheid van geslacht, sociale stand, nationaliteit, filosofische overtuiging, partijvoorkeur of persoonlijke gevoelens jegens hen.
Artikel 67.-
Tussenkomsten bij politiële instanties om besluitvorming te beïnvloeden, bijvoorbeeld om een proces-verbaal te laten seponeren, zijn verboden.
C. SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE TOEPASSING VAN DE CODE VOOR RAADSLEDEN ZONDER UITVOEREND MANDAAT
Het raadslid als informatiebemiddelaar
Artikel 68.-
Het behoort tot de wezenlijke taken van de raadsleden om informatie te ontvangen en te verstrekken en om door te verwijzen naar de geëigende diensten of instanties.
Artikel 69.-
De raadsleden stellen informatie ter beschikking over de diensten die instaan voor het behandelen van klachten van de burger.
Artikel 70.-
Informatie waarop de vraagsteller normaliter geen recht heeft, die de goede werking van de administratie kan doorkruisen of die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, mag door de raadsleden niet worden doorgespeeld.
Het raadslid als vertrouwenspersoon
Artikel 71.-
In het kader van hun algemene luisterbereidheid kunnen raadsleden de rol vervullen van vertrouwenspersoon.
Het raadslid als doorverwijzer
Artikel 72.-
De raadsleden proberen, waar mogelijk, vraagstellers door te verwijzen naar de geëigende diensten van de administratie.
Het raadslid als administratieve begeleider en ondersteuner
Artikel 73.-
Raadsleden kunnen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met betrokken instanties : zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de overheid, informatie te verkrijgen over de stand van zaken van een dossier, daarover verdere uitleg en verantwoording te vragen, en voorafgaande vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.
Artikel 74.-
De briefwisseling met de overheid, in het kader van de in artikel 13 bedoelde ondersteuning en begeleiding, wordt in principe op naam van de burger gevoerd.
Het raadslid als bemiddelaar
Artikel 75.-
Als er voor een specifiek probleem geen enkele specifieke dienst bevoegd is, kunnen raadsleden optreden als rechtstreekse en zichtbare bemiddelaar.
Tussenkomsten
Artikel 76.-
Gemotiveerde tussenkomsten zijn toegelaten binnen het wettelijke kader. Deze kunnen onder meer bestaan in het vragen naar concrete toelichting bij de bestaande regelgeving of een genomen beslissing, naar de stand van zaken van een dossier of de verantwoording voor het niet-beantwoorden van vragen door de burger gesteld of in het onder de aandacht brengen van specifieke elementen in het dossier (bijvoorbeeld de sociale context van betrokkene).
Bespoedigingstussenkomsten
Artikel 77.-
Bij het behartigen van dossiers en het begeleiden van vraagstellers, respecteren de raadsleden de normale objectieve behandelingsprocedures en -termijnen. Rechtmatige en gemotiveerde tussenkomsten binnen het wettelijke kader zijn toegestaan.
Artikel 78.-
De raadsleden mogen wel, via de geëigende kanalen van de betrokken diensten, of via de politieke beleidsverantwoordelijken, d.w.z. de burgemeester, de O.C.M.W.-voorzitter en de schepenen, informatie inwinnen over de stand van zaken in de behandeling van een dossier van hun dienstverleningsvrager indien zij vermoeden dat de afhandeling te traag verloopt.
Begunstigingstussenkomsten
Artikel 79.-
Begunstigingstussenkomsten waarbij de burgers een beroep doen op voorspraak van het raadslid zijn verboden.
Tussenkomsten bij selectievoerende instanties, die tot doel hebben het verhogen van kansen op benoeming, aanstelling en bevordering in de administratie zijn dus niet toegestaan.
Artikel 80.-
Als raadsleden om steun gevraagd worden door of voor kandidaten die een bepaalde functie of bevordering ambiëren, dan delen de mandatarissen aan de kandidaten mee dat de benoeming of bevordering gebeurt op basis van de vastgelegde criteria.
Artikel 81.-
De raadsleden mogen wel informatie inwinnen en doorgeven omtrent de voorwaarden en de organisatie van examens en bekwaamheidstests en de procedures voor benoemingen, aanstellingen en bevorderingen.
Artikel 82.-
De raadsleden mogen zich engageren tot het uitoefenen van toezicht op de objectiviteit van examens of bekwaamheidstests. Om die objectiviteit te garanderen, kunnen zij inlichtingen inwinnen over de evaluatieprocedures en -criteria. Bij de eigenlijke selecties komen zij niet tussenbeide. A posteriori kunnen zij wel vragen stellen over de objectiviteit van het examen of de test van de evaluatie of de selectie, en in geval van overtreding of van vermoeden van overtreding, kunnen zij de tekortgedane partij bijstand verlenen, als die via de geëigende kanalen beroep aantekent.
Artikel 83.-
De raadsleden mogen werkzoekenden op de hoogte stellen van werkaanbiedingen in de particuliere en de overheidssector. De raadsleden mogen op eigen initiatief personen aanbevelen bij werkgevers in de particuliere sector. Voor die "arbeidsbemiddelingsrol" mogen de raadsleden geen enkele tegenprestatie, van welke aard ook, beloven of leveren aan de betrokken werkgevers.
Artikel 84.-
Elke poging tot bevoordeling, waarbij de burger door toedoen van een raadslid iets probeert te bereiken wat onrechtmatig of wettelijk niet toelaatbaar is, is verboden.
Artikel 85.-
Tussenkomsten van raadsleden met de bedoeling de toewijzing of de uitvoering van contractuele verbintenissen met de overheid te beïnvloeden, zijn verboden.
Schijndienstbetoon en ongevraagd dienstbetoon
Artikel 86.-
Alle vormen van schijndienstbetoon, waarbij raadsleden bewust maar onterecht de indruk wekken dat zij bij de goede afloop van een dossier daadwerkelijk tussenbeide gekomen zijn, zonder dat de betrokken burger om een tussenkomst heeft gevraagd, zijn niet toegestaan.
Artikel 87.-
Alle vormen van ongevraagd dienstbetoon, waarbij raadsleden wel degelijk daadwerkelijk optreden om de goede afloop van een dossier te waarborgen, maar zonder dat de betrokken burger daarom gevraagd heeft, zijn niet toegestaan.
Bekendmaking dienstverlening
Artikel 88.-
Rechtstreeks of onrechtstreeks publiciteit geven aan de dienstverlenende activiteiten van raadsleden wordt beperkt tot het bekendmaken van één of meer contactadressen, met naam en mandaat van de raadsleden en de spreekuren, het telefoon- en faxnummer en het e-mailadres waarop zij het makkelijkst te bereiken zijn, alsook eventueel een foto van bescheiden afmetingen. Die regels gelden niet voor bladen van politieke partijen of eigen politieke publicaties. Publiciteit voor dienstverlening is niet toegestaan op lokale en regionale radiozenders en op televisiezenders.
Artikel 89.-
De raadsleden maken in hun verkiezingscampagnes en -mailings die gericht zijn op individuen, geen melding van de diensten die zij eventueel voor de betrokkenen hebben verricht.
Naleving, controle en sanctionering
Artikel 90.-
De mandatarissen engageren zich om deze deontologische code na te leven.
Artikel 91.-
De tussenkomsten van raadsleden bij behandelende ambtenaren worden in het dossier opgenomen. Evenzo worden tussenkomsten van derden, al dan niet direct betrokkenen, bij de behandelende ambtenaren in het dossier opgenomen.
Als hij erom verzoekt wordt aan de interveniënt een bevestiging gezonden van de tussenkomst.
Artikel 92.-
Er wordt in de gemeenteraad een deontologische commissie ingesteld die waakt over de naleving van de deontologische code. Alle fracties maken deel uit van die deontologische commissie. Iedere fractievoorzitter laat binnen de 14 dagen aan de gemeentesecretaris de naam kennen van het lid dat namens de fractie zal zetelen in deze commissie.
Ambtenaren of andere personen die geconfronteerd worden met een inmenging van een mandataris of derde die zij in strijd achten met deze deontologische code,worden verzocht hiervan binnen tien dagen melding te maken bij de gemeentesecretaris. Kopie van de melding wordt onverwijld ter kennis gebracht van het betrokken raadslid. Anonieme klachten zijn onontvankelijk.
De gemeentesecretaris legt de in het tweede lid omschreven meldingen voor aan de deontologische commissie van de gemeenteraad binnen dertig dagen na ontvangst.
De commissie onderzoekt die meldingen op hun gegrondheid.
Daarbij moet het recht van verdediging van het betrokken raadslid worden gevrijwaard. Uitspraak moet geschieden binnen dertig dagen na ontvangst. De termijnen worden geschorst tijdens recesperiodes.
Als de commissie een inbreuk op de deontologische code vaststelt, dan kan zij publiekelijk een blaam leggen op de betrokken mandataris.
D. UITBREIDING VAN DE DEONTOLOGISCHE CODE VOOR UITVOERENDE MANDATARISSEN
Artikel 93.-
Zodra op het Vlaamse niveau een code uitgewerkt en onderschreven is met specifieke bepalingen voor de uitvoerende organen zullen ten spoedigste ook op het lokale vlak aangepaste vergelijkbare bepalingen opgesteld worden voor de lokale uitvoerende mandatarissen. In afwachting engageren de lokale uitvoerende mandatarissen zich om de algemene plichten, doelstellingen en uitgangspunten van de code, zoals omschreven in de artikels 40 tot en met 47 als leidraad te hanteren.
SLOTBEPALING
Artikel 98.-
Alle voorgaande bepalingen van 'Het Reglement van orde van de Gemeenteraad' van de stad Maaseik worden hierbij opgeheven.