Geschiedenis van Maaseik

Algemeen wordt aanvaard dat de geschiedenis van Maaseik begint in Aldeneik (oude Eycke). Het oudste, bekende, religieuze verhaal is dat van de heiligen Harlindis en Relindis. Het dateert van omstreeks 700. De Frankische edelman Adelhard, een grootgrondbezitter, bouwde een klooster met een houten kerkje voor zijn dochters. Dit klooster, dat gelegen was nabij de Maas, oefende weldra grote aantrekkingskracht uit op de omgeving. Rond dit religieuze centrum kwamen mensen wonen en zo ontstond het oude 'Eycke'. 

Het vrouwenklooster van Aldeneik werd verwoest door de Noormannen. Om te voorkomen dat de goederen van de voormalige abdij bij de allodiale goederen van de plaatselijke heren zou gevoegd worden, schonk keizer Otto I omstreeks 950 alle bezittingen van het klooster aan de Luikse bisschop die er een kapittel van kanunniken van maakte. 

Ten zuidwesten van Eycke ontstond een nieuwe nederzetting, die zo snel aangroeide, dat ze in 1244 een aparte parochie werd. Omdat de ligging strategisch zo belangrijk was, werd er een versterking rond gebouwd. Zo ontstond de nova villa, Nieuw-Eyck (Maaseik). De graaf van Loon bezat nabij de Bospoort een woon- en verdedigingstoren, van waaruit in het midden van de 13de eeuw een nieuwe versterking groeide, die met stadsrechten werd geprivilegieerd. De stad werd omringd met grachten en wallen en de inwoners werden voortaan 'burgenses' genoemd. Later verrees een muur op de aarden wal, met hier en daar een versterkte toren. In 1467, na een opstand tegen de prins-bisschop, liet de Bourgondische hertog, Karel de Stoute, de stadsversterkingen en de burcht slopen.

In de 16de eeuw werd de vesting opnieuw opgetrokken: de wallen kregen een breedte van 40 voet (11,14 meter). Op het einde van de 17de eeuw werd Maaseik versterkt door de Fransen volgens het stelsel van de vestingbouwkundige Vauban. Bij hun aftocht echter, in 1675, werden de vestigingen gedeeltelijk vernield. Sindsdien werd er heel wat gesloopt: in 1815 werden de poorten verwijderd, in 1847 werden de wallen afgehoogd en in 1935 werden de Burgemeester Philipslaan en de Prinsenhoflaan aangelegd. De oude stadspoorten zijn nog aanwezig in de namen Bospoort, Eikerpoort of Roermondse Poort, de Bleumer- of Maaspoort, de Hepper- of Maastrichterpoort. 

De parochiekerk van Maaseik was de voornaamste kerk van het landdekenaat Eyck dat 47 parochies telde. Maaseik, dat toegewijd was aan de H. Catharina, bleef lange tijd afhankelijk van het Kollegiale Kapittel van Onze-Lieve-Vrouw van Aldeneik, dat in 1571, omwille van de onrustige tijden, naar Maaseik verhuisde. Aan de vooravond van de Franse Revolutie waren er in Maaseik stichtingen van zes religieuze orden: de Agneten, de Kruisheren, de Sepulchrinen van Kinrooi, de Minderbroeders, de Capucijnenen en de Capucinessen. In de middeleeuwen waren er bovendien begijnen in de stad. 

Maaseik was ook een handelscentrum. Midden op de Markt stond het gewanthuis, dat de lokalen bevatte van de Magistratuur, maar ook dienst deed als halle (lakens, vlas, vis,…). Omdat Maaseik aan de Maas lag, was er een druk verkeer met Luik en Maastricht. De vreemde schepen die de stad wilden passeren, waren verplicht een bepaalde tijd te meren en hun waren op de Markt te koop aan te bieden. Vooral op het einde van de 16de eeuw en het begin van de 17de eeuw kende de Maashandel een grote vlucht en verdienden de Maasschippers en de handelscompagnieën grote kapitalen. Onder meer door de vele oorlogen op het Luikse grondgebied raakte de Maashandel in de 17de eeuw echter in verval. 

Maaseik was een bij uitstek cultureel centrum en dan vooral op het gebied van onderwijs. In 1400 telde Maaseik twee scholen: een kapittelschool en een stadsschool. De Kruisheren startten in de 17de eeuw met een kloosterschool die later een Latijnse school werd. 

In de 19de eeuw was Maaseik een regionaal handelscentrum en verder een bestuurlijk, administratief en kerkelijk centrum. De industriële omwenteling ging echter aan Maaseik (zoals aan bijna geheel Limburg) voorbij. Tot aan de Eerste Wereldoorlog bleef het uitzicht van de binnenstad dan ook haast ongewijzigd. Ze vertoonde een gesloten eenheid rond het centraal gelegen marktplein. De langgerekte zeshoek (400 x 700m), die de omtrek van de vroeger ommuurde stad uitmaakte, is thans zonder moeite na te gaan. De Markt in haar huidige vorm (106 x 95m) dateert uit de 18de eeuw. Toen na 1850 de eerste winkels met een etalage verschenen, werd in Maaseik de benedenverdieping van een aantal huizen omgebouwd tot een zakenpand. 

Sinds de 20ste eeuw heeft Maaseik ook een verzorgingsfunctie door de aanwezigheid van onderwijs, een ziekenhuis, bejaardenzorg, sociale woningen, …

Contactinformatie