Leegstand woningen

Het leegstandsregister heeft als doel de leegstand van gebouwen en woningen in de stad te inventariseren, te voorkomen en te bestrijden. Leegstaande gebouwen en woningen hebben geen nut en tasten de onmiddellijke omgeving aan. Langdurige leegstand is namelijk niet bevorderend voor de sociale veiligheid in een stadswijk en kan verkrotting, verloedering, … veroorzaken.

Verder draagt langdurige leegstand bij tot het aansnijden van nog onbebouwde ruimte. Daarom is het de bedoeling eigenaars te motiveren hun panden op de reguliere koop- of huurmarkt aan te bieden. Zodanig dat de reeds beschikbare woonentiteiten optimaal benut worden.

Voorwaarden

Art. 4 – reglement leegstandsregister

Een woning wordt als leegstand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:

  1. Hetzij de woonfunctie
  2. Hetzij elke andere door de Vlaamse Regering omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt.

 

Art. 2 – reglement leegstandsregister

Een gebouw wordt als leegstand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. …

Procedure

Jaarlijks maakt het stadsbestuur een lijst op van woningen die langer dan één jaar niet bewoond zijn. De zakelijk gerechtigden van deze woning ontvangen een brief waarin wordt gemeld dat hun woning in de lijst van leegstaande woningen zal worden opgenomen of reeds opgenomen is. De zakelijk gerechtigde beschikt dan over een bepaalde periode om bezwaar in te dienen.

Een zakelijk gerechtigde kan vervolgens actie nemen via de volgende mogelijkheden:

  1. U wordt voor de eerste keer opgenomen in het leegstandsregister. Dan kan u mogelijks een beroepschrift tegen opname in het leegstandsregister indienen. Dit kan wanneer de zakelijk gerechtigde met bewijsstukken kan staven dat de woning niet heeft leeggestaan gedurende een termijn van tenminste 12 opeenvolgende maanden. Bewijsstukken zoals een geregistreerde huurovereenkomst, eindafrekeningen van elektriciteit en gas die een niet-occasioneel gebruik aantonen en/of foto’s van in het gebouw die een effectief gebruik van de woning aantonen.
  2. Uw woning werd in een voorgaand jaar reeds opgenomen in het leegstandsregister. Dan kan u mogelijks een schrapping uit het leegstandsregister aanvragen wanneer u met bewijsstukken kan aantonen dat de woning op het moment van aanvraag al minstens 6 opeenvolgende maanden bewoond wordt. Een schrapping kan ook worden toegestaan als men kan aantonen dat de woning op het moment van de aanvraag effectief gesloopt is volgens een stedenbouwkundige vergunning.
  3. Een vrijstelling van de heffing op leegstand aanvragen. Dit kan indien de zakelijk gerechtigde niet kan aantonen dat de woning bewoond wordt maar wel van mening is recht te hebben op een vrijstelling van de heffing.  De gronden die recht geven op een vrijstelling vind je terug onder het hoofdstuk “uitzonderingen”.
  4. Uw woning werd in een voorgaand jaar reeds opgenomen in het leegstandsregister maar u heeft sinds kort geen zakelijk recht meer op de woning. Dan dient u Stad Maaseik in kennis stellen van een eigendomsoverdracht. Dit moet met een kopie van de authentieke akte of een verklaring van de notaris waaruit de nieuwe zakelijk gerechtigde blijkt.
  5. Geen actie. Indien de woning waar u een zakelijk recht op heeft langer dan 12 opeenvolgende maanden leeg heeft gestaan heeft het geen zin om actie te ondernemen. Het ingediende beroepschrift of de aanvraag tot schrapping zal ongegrond worden verklaard.

Klik hier wanneer u één van de voorgaande mogelijkheden wil nemen.

Bedrag

Op de gebouwen en de woningen die opgenomen zijn in het register van leegstand wordt er een leegstandsbelasting geheven. De belasting is vastgesteld in het reglement inzake de belasting op de gebouwen en de woningen die opgenomen zijn in het register van leegstand voor de aanslagjaren 2016 tot en met 2019 (toevoegen vrijstelling) en opheffen besluit van 20 december 2013.

 

Art. 6 – reglement inzake belasting op leegstand

De belasting bedraagt:

  1. Het eerste jaar van de opname, wanneer dus het betreffende goed op 31 december van het aanslagjaar voor het eerst is opgenomen, in het leegstandsregister:
    1. € 1000 voor een volledig gebouw of woonhuis
    2. € 75 voor een individuele kamer of studentenkamer zoals gedefinieerd in het kamerdecreet
    3. € 300 voor elk overig gebouw of woning
  2. Het tweede jaar van opname, indien het gebouw of de woning op 31 december van het volgende aanslagjaar gedurende twaalf maanden op de inventaris staat
    1. € 2000 voor een volledig gebouw of woonhuis
    2. € 150 voor een individuele kamer of studentenkamer zoals gedefinieerd in het kamerdecreet
    3. € 600 voor elk overig gebouw of woning
  3. Voor het derde en daaropvolgende jaren van opname, wordt de leegstandsheffing vermeerder met:
    1. € 1000 voor een volledig gebouw of woonhuis
    2. € 75 voor een individuele kamer of studentenkamer zoals gedefinieerd in het kamerdecreet
    3. € 300 voor elk overig gebouw of woning

Voor elk bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het goed op de inventaris staat: het aantal termijnen dat een goed op de inventaris staat wordt herberekend bij overdracht van een zakelijk recht. De belasting wordt maximaal gedurende drie opeenvolgende termijnen vermeerderd, daarna blijft het bedrag gehandhaafd.

Uitzonderingen

Art. 7 – reglement inzake belasting op leegstand

Van deze belasting zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling;
  2. de belastingplichtige waarvan de handelsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;
  3. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
  4. de gebouwen of woningen die gelegen zijn binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
  5. de gebouwen of woningen die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  6. de gebouwen of woningen die krachtens decreet beschermd zijn als monument, of opgenomen zijn op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, gedurende de termijn die de bevoegde overheid neemt voor het behandelen van het restauratiedossier;
  7. de gebouwen of de woningen die deel uitmaken van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap, gedurende de termijn die de bevoegde overheid neemt voor het behandelen van het restauratiedossier;
  8. de gebouwen en woningen die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  9. de gebouwen of woningen die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
  10. de gebouwen en woningen die gerenoveerd worden blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  11. de gebouwen en de woningen die gerenoveerd worden, en waarvoor de renovatiewerken geen melding of stedenbouwkundige vergunning vereisen.

    De werken zijn van die aard dat het pand gedurende de werken niet in gebruik kan worden genomen.

    Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van drie jaren ingaande vanaf het voorleggen van een gedateerde en ondertekende renovatienota, die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin als bewijsstukken worden bijgevoegd:
    • gedateerde foto's van tijdens en/of na de bouwwerken
    • facturen van de reeds uitgevoerde werken en/of aangekochte materialen voor de uit te voeren werken
    • een volledige opsomming en korte beschrijving van alle werken
    • de aanvangsdatum en uitvoeringstermijn van de werkzaamheden
    • tekeningen of plannen van geplande werken
    • eventuele premieaanvragen;
  1. de gebouwen en woningen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zint van artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode;
  2. de gebouwen of woningen die het voorwerp uitmaken van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode;
  3. indien het gebouw of de woning op 31 december van het aanslagjaar te huur of te koop staat onder de volgende voorwaarden:
    1. dit gegeven en de invulling van alle voorwaarden moeten bewezen worden door de belastingplichtige;
    2. de te koopstelling of de te huurstelling moet duidelijk zichtbaar vanaf het openbaar domein aangegeven zijn op het pand;
    3. de te koopstelling of de te huurstelling moet gebeuren via een erkend vastgoedmakelaar of via een notaris; de belastingplichtige dient het contract met de notaris of het immobiliakantoor bij te brengen;
    4. de te koopstelling of de te huurstelling moet gebeuren qua prijszetting tegenmarktconforme prijzen. De concrete vaststelling van wat een marktconforme prijs is, gebeurt in geval van betwisting tussen de belastingplichtige en het bestuur, op vraag van het bestuur door de ontvanger van de registratie van het kantoor waaronder Maaseik valt, of door een bevoegde ambtenaar van het comité tot aankoop van Onroerende goederen te Hasselt;
    5. deze vrijstelling kan slechts éénmaal bekomen worden.

Regelgeving

Contactinformatie

  • Voor opname, schrapping m.b.t. het leegstandsregister: Dienst ruimtelijke ordening & mobiliteit
  • Voor vrijstelling m.b.t. leegstandbelasting: Dienst financiën

Contactinformatie