Strooiplan

Wanneer strooien de stadsdiensten?

Er wordt gestrooid op volgende ogenblikken:

Preventief: als er vooraf aanwijzingen zijn, bijvoorbeeld door het weerbericht;
Effectief: als er vastgesteld wordt dat de algemene toestand van het wegennet dit vereist.

Waar wordt er gestrooid ?

De bestrijding op het wegennet van de stad wordt ingedeeld in 3 fasen:

Fase 1:

  • De wegen van doorgaand verkeer, wegen die aansluiting geven op de gewestwegen:
    • Van Neeroeteren 'Corner' tot aan de grens met As: Kanaalstraat, Brugstraat, Opoeterse weg, Neeroeterenstraat, Fortstraat, Hoevenstraat, Kasteelstraat en Weg Naar As en de op- en afritten van de aanpalende zijwegen (Opoeteren en Neeroeteren);
    • Van Eycklaan
    • Burgemeester Philipslaan
    • Monseigneur Koningsstraat/Bleumerstraat
    • Stationsstraat
  • Alle schoolomgevingen, ook de wegen die leiden naar de scholen.
  • Uitvalswegen voor de hulpdiensten:
    • Sionstraat voor MUG en ambulance;
    • Gremelsloweg/Venweg (Kinrooi) voor de brandweer.
  • De toegangen tot de openbare gebouwen, zowel bij stads- als andere diensten.
  • De wegen of  kruispunten bestaande uit betonverharding (klinkers, enz), omdat het dooiproces hier veel langer duurt dan bij asfaltverharding.

Fase 2:

  • Alle toegangs- en uitvalswegen naar de woonkernen, grotere gehuchten en wijken.
  • Alle vrijliggende fietspaden.
  • Manueel strooien door de stadsdiensten op kruispunten, na afroep, enz.

Fase 3:

  • Alle resterende straten.

Opmerking:

De indiensttreding van de verschillende fasen is afhankelijk van meerdere factoren.

  • Fase 1: onmiddellijk.
  • Fase 2: afhankelijk van de toestand van het wegdek, de duur van de gladheid, enz. Gewoonlijk sluit deze fase kort of onmiddellijk aan op fase 1.
  • Fase 3 (vooral woonwijken): enkel bij langdurige hinder wordt hier ook bestreden.

Bedoeling van het stadsbestuur is dat iedere woning op een aanneembare afstand van een berijdbare weg gelegen is.

Wanneer heeft strooien nut en is het afdoend?

Strooien heeft alleen nut als het bevroren wegoppervlak bereikbaar is voor de zouten. De combinatie van intensief verkeer, strooizout en weersomstandigheden zorgen voor een positief resultaat.

Strooien op een besneeuwde weg is niet zinvol omdat het strooizout nooit of veel te laat het bevroren wegoppervlak  bereikt. Eerst moet dus de sneeuw geruimd en pas daarna wordt er gestrooid.

Ophalen huisvuil

Tijdens een winterpiek kunnen de huis-aan-huisophalingen van het afval moeizaam verlopen. Door sneeuw en gladheid zijn sommige wegen voor de ophaalwagens niet bereikbaar en kan hierdoor het afval in deze straten niet worden opgehaald. We rekenen op begrip van de inwoners en vragen om het afval dat s’avonds niet is opgehaald, binnen te halen en het opnieuw aan te bieden bij de volgende ophaalronde.

Wat kan je zelf doen?

Maak je stoep sneeuwvrij om ongelukken te voorkomen. Tips om zelf gladheid tegen te gaan:

  • houd de toegang voor en naar je woning sneeuwvrij
  • haal tijdig voldoende strooizout in huis
  • bij sneeuw kan je beter eerst vegen en dan strooien
  • veeg sneeuw naar een plek waar niemand er last van heeft
  • houd goten en rioolputten vrij van sneeuw
  • denk aan het milieu; weinig strooizout is al voldoende
  • strooi zout op plekken waar gelopen en/of gereden wordt
  • strooi zand om een dikke ijslaag begaanbaar te maken

Contactinformatie

  • dienst werken

    Administratief Centrum Neeroeteren

    Scholtisplein 1
    3680 Maaseik

    openingsuren

    • Vandaag open van 09:00 tot 12:00, van 14:00 tot 16:00
    • Morgen open van 09:00 tot 12:00
    Alle openingsuren