Omgevingsvergunning

Eén vergunning

Een omgevingsvergunning is een toelating voor een vergunningsplichtig project. Met een vergunningsplichtig project bedoelen we projecten onderworpen aan de vergunningsplicht inzake ruimtelijke ordening (stedenbouwkundige handelingen en verkaveling van gronden) en/of inzake milieu (exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten).

  • Artikel 5.2.1 van het DABM bepaalt de vergunningsplicht voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of aciviteit van de eerste of de tweede klasse of voor de verandering ervan.
  • Artikel 4.2.1 van de VCRO bepaalt welke handelingen aan de stedenbouwkundige vergunningsplicht zijn onderworpen.
  • Artikel 4.2.15 e.v. van de VCRO bevat de vergunningsplicht voor het verkavelen van gronden.

De omgevingsvergunning verenigt en vervangt de stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning.Ook voor het verkavelen van gronden moet voortaan een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

Aanvragen
De aanvragen voor gemengde vergunningsplichtige projecten die tegelijkertijd stedenbouwkundige handelingen en een exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten inhouden, worden ...

  • samen ingediend;
  • worden - indien vereist - aan een openbaar onderzoek onderworpen;
  • worden in een adviesronde behandeld en resulteren in een beslissing bij een en dezelfde bevoegde overheid.

Aanpassen mogelijk
Eens verleend kan de omgevingsvergunning voor een project in bepaalde gevallen aangepast worden. Zo kan een exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit de toelating vragen om het voorwerp van de omgevingsvergunning te veranderen of verzoeken de milieuvoorwaarden bij te stellen. Burgers en betrokken overheidsinstanties kunnen eveneens initiatieven nemen om de bijzondere milieuvoorwaarden te laten bijstellen. In restrictief omschreven gevallen geldt dit ook voor de duur en het voorwerp van de omgevingsvergunning. Ook de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan bijgesteld worden. Onder het bijstellen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden wordt het wijzigen of het opheffen begrepen.

Wat is nieuw
Nieuw is dat de omgevingsvergunning voor de ingedeelde inrichtingen of activiteiten een permanent karakter krijgt. Hierdoor verdwijnt het twintig jaarlijks 'hervergunningssysteem' van het Milieuvergunningsdecreet. Milieuvergunningen die voor 20 jaar werden verleend, kunnen onder bepaalde voorwaarden via een summiere mededelingsprocedure naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur omgezet worden. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, moet de gewone procedure gevolgd worden. De invoering van de permanente vergunning neemt niet weg dat er in een aantal gevallen en mits motivering een vergunning voor een beperkte termijn kan worden verleend.

Meldingsplicht
Naast de vergunningplicht blijft de meldingsplicht bestaan voor louter meldingsplichtige projecten. Zodra een project zowel vergunningsplichtige als meldingsplichtige elementen omvat, geldt de vergunningsplicht en niet de meldingsplicht.

Welke handelingen zijn vergunningsplichtig

Vooraleer je start met de volgende handelingen, inrichtingen of activiteiten moet je over een omgevingsvergunning beschikken. Hieronder vind je een algemeen overzicht van vergunningsplichtige handelingen:

  • Stedenbouwkundige handelingen:

    • plaatsen, afbreken, herbouwen of uitbreiden van gebouwen of constructies
    • vellen van grote bomen (bomen die op één meter hoogte een stamomtrek hebben van één meter of meer)
    • ontbossen
    • wijzigen van het reliëf van de bodem
    • gebruiken van een grond als opslag of parking
    • plaatsen van verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt (woonwagens, kampeerwagens, tenten…)
    • wijzigen van de hoofdfunctie van een gebouw
    • opsplitsen van een woning in meerdere woongelegenheden
    • aanleggen of wijzigen van recreatieve terreinen (golfterrein, voetbalterrein, tennisveld, zwembad…)

  • Het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten (iioa) van de eerste of de tweede klasse. De Vlaamse Regering heeft inrichtingen en activiteiten die risico’s en hinder met zich meebrengen ingedeeld in klasses. Nieuwe exploitaties van klasse I en II. Voor klasse 3 volstaat een melding (check hier de indelingslijst).

  • Veranderen van de exploitatie van een iioa van de eerste of de tweede klasse. Voor een aantal veranderingen kan dit via een vereenvoudigde procedure zonder openbaar onderzoek en commissie, voor andere veranderingen moet de gewone procedure gevolgd worden. De vereenvoudigde procedure is van toepassing voor:
    • een beperkte verandering. Dit is een verandering die geen betekenisvol bijkomend risico inhoudt voor de mens of het milieu en de hinder niet significant vergroot. De volgende veranderingen worden in elk geval geacht een betekenisvol bijkomend risico voor de mens of het milieu in te houden of de hinder significant te vergroten:

een nieuwe indelingsrubriek met een inrichting of activiteit van de eerste of de tweede klasse omvat
een nieuw perceel
een uitbreiding van een of meer vergunde inrichtingen of activiteiten met meer dan 50%. De procentuele stijging van 50% wordt bepaald ten opzichte van de ingedeelde inrichting of activiteit die is vergund na het doorlopen van een procedure met een openbaar onderzoek
de verandering van een GPBV-installatie die significante negatieve effecten heeft voor de mens of het milieu en de verandering van een GPBV-installatie die op zich voldoet aan de drempelwaarden van een indelingsrubriek die is aangeduid met de letter X in de vierde kolom van de indelingslijst.

  • wanneer de aangevraagde verandering uitsluitend een indelingsrubriek van de derde klasse omvat
  • wanneer de aangevraagde verandering uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten omvat
  • *** na goedkeuring van wijziging van uitvoeringsbesluit omgevingsvergunning (verwacht voorjaar 2018)
    • kleinhandelsactiviteiten
    • vegetatiewijziging

Let op: hierop bestaan uitzonderingen. Meer informatie vind je op de website www.omgevingsloket.be.

Contactinformatie